 |
 |
 |
|
 |
Bijscholing
In vrijwel alle CAO’s zijn afspraken opgenomen op het gebied
van scholing en opleiding. Deze afspraken hebben betrekking op 97%
van alle werknemers uit het bedrijfsleven die onder een CAO vallen.
De aard van de scholing is gewijzigd van een voornamelijk functiegerichte
scholing naar een meer algemene, bredere scholing. Er zijn steeds
meer bedrijven die aan scholing van de eigen werknemers doen. Het
gaat om een percentage van ca. 90% van alle bedrijven. Vooral de kleine
bedrijven (10-100 werknemers) zijn op dit onderwerp actiever geworden;
53 % in 1993 naar 85 % in 1999. Ook zijn de bestedingen aan opleidings-
en scholingsactiviteiten de laatste jaren behoorlijk toegenomen. Gemiddeld
zet het bedrijfsleven 5 % van de arbeidskosten in voor scholing en
opleiding.
Van de bedrijven met personeel in het midden- en kleinbedrijf geeft
27 % aan op dit moment aan bijscholing van één of meer
medewerkers te doen in verband met reeds bestaande of nog te verwachten
knelpunten. Dit percentage ligt 13 % hoger in vergelijk met de vorige
onderzoeksperiode.
Gelet op de afname van het aantal (moeilijk vervulbare) vacatures
blijkt de noodzaak tot (bij) scholing duidelijk af te nemen.
De bijscholingsactiviteiten liggen vooral ruim boven het gemiddelde
in bedrijven met 5 werkzame personen of meer (gemiddeld 51 % van de
bedrijven) en boven het gemiddelde in de auto/reparatie-branche (51
% van de bedrijven), de zakelijke dienstverlening (32 %) en de industrie
(31 %).
De bijscholingsactiviteiten hebben verhoudingsgewijs vooral betrekking
op technisch/ict personeel (39 %), administratief / ondersteunende
functies (31 %) en verkoop / commerciële functies (30 %).
|
|
 |



|